Waarom medewerkers niet vanzelf in beweging komen

Waarom medewerkers niet vanzelf in beweging komen


Veel organisaties investeren in vitaliteitsprogramma’s, beweegacties en gezondheidsinitiatieven. Toch blijft de deelname vaak achter. Medewerkers schrijven zich niet in, haken af of ervaren het aanbod simpelweg niet als iets wat bij hen past. Dat is frustrerend, zeker wanneer er tijd, aandacht en budget in is gestoken.

De kernvraag is dan ook niet of vitaliteit belangrijk is. Die vraag is allang beantwoord. De echte vraag is waarom mensen wel of niet in beweging komen en wat organisaties daarin van medewerkers vragen.

In ons whitepaper "Hoe krijg en houd je medewerkers in beweging", gaan we dieper in op deze vraag. Lees de whitepaper hier.

Geen kwestie van motivatie
Vaak wordt gedacht dat medewerkers simpelweg meer motivatie nodig hebben. Meer overtuiging, meer aansporing, meer prikkels. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat gedrag veel sterker wordt beïnvloed door omgeving, werkdruk en sociale normen dan door wilskracht alleen.

Wanneer de werkdag grotendeels zittend wordt ingericht, schermtijd hoog is en pauzes worden overgeslagen, is het niet realistisch om te verwachten dat medewerkers vanzelf meer gaan bewegen. Wie beweging wil stimuleren, moet dus kijken naar de inrichting van het werk zelf.

Beweging ondersteunt het werk
Regelmatige beweging heeft aantoonbare effecten op energie, concentratie en stressregulatie. Medewerkers die dagelijks bewegen ervaren minder mentale vermoeidheid en meer focus. Bewegen is daarmee geen onderbreking van het werk, maar een ondersteuning ervan.

Toch wordt bewegen in veel organisaties nog gezien als iets dat buiten werktijd moet gebeuren. Juist die scheiding maakt het lastig om het vol te houden. Wanneer beweging onderdeel mag zijn van de werkdag, verdwijnt de drempel.

Cultuur en leiderschap maken het verschil
Of medewerkers daadwerkelijk in beweging komen en blijven, hangt sterk samen met de organisatiecultuur. In culturen waar productiviteit wordt afgemeten aan uren achter een bureau, voelt bewegen al snel ongepast. In culturen waar energie en welzijn serieus worden genomen, ontstaat ruimte.

Leidinggevenden spelen hierin een sleutelrol. Niet door sportmomenten te organiseren, maar door voorbeeldgedrag. Door wandeloverleggen normaal te maken, ruimte te geven voor pauzes en open te zijn over eigen keuzes. Wat zichtbaar wordt, wordt toegestaan.

Bewegen in een hybride werkcontext
Met de toename van hybride werken is dagelijkse beweging minder vanzelfsprekend geworden. Het woon-werkverkeer valt weg en daarmee ook een belangrijk natuurlijk beweegmoment. Tegelijkertijd neemt schermtijd toe en verdwijnen informele ontmoetingen.

Juist hier kan gezamenlijke beweging verbindend werken. Wanneer teams samen werken aan een doel, bijvoorbeeld via gezamenlijke routes of virtuele haltes, blijft het gevoel van samen onderweg zijn behouden. Die haltes kunnen momenten van aandacht zijn voor een organisatie-update, een reflectievraag of een succesverhaal. Zo wordt beweging gekoppeld aan inhoud en verbondenheid.

Gedragsverandering vraagt tijd
Veel beweeginitiatieven duren te kort om effect te hebben. Gedrag verandert niet in een week. Onderzoek laat zien dat het gemiddeld zo’n dertig dagen duurt voordat een nieuwe gewoonte zich begint te vormen. Niet omdat het dan automatisch wordt, maar omdat herhaling zorgt voor herkenning en routine.

Dagelijkse, haalbare doelen, zoals stappen zetten of fietsen, werken daarbij beter dan intensieve programma’s. Consistentie is belangrijker dan intensiteit. Wanneer medewerkers ervaren dat beweging past binnen hun dag, groeit de kans dat het gedrag blijvend wordt.

Terug naar nieuwspagina